Wedstrijdreglement voor judoka's met een beperking

Artikel 1        Algemeen

Alle wedstrijden worden beoordeeld volgens het Judo wedstrijdreglement zie Bondsvademecum hoofdstuk 4.1
echter met inachtneming van de volgende punten:

1.        Dit reglement is van toepassing op judowedstrijden voor judoka met een beperking en van toepassing op de “Judo for All" organisatievorm. De indelingscriteria bij deze organisatievorm geschied op functionele classificatie in plaats van op de aard van de beperking. 

2.        Indien er bij de scheidsrechter twijfels bestaan over de handicap van de deelnemer, dient de scheidsrechter de begeleider/coach hierover te raadplegen.

3.        De wedstrijden kunnen worden begonnen met ‘tachi-waza’ (staande tech-nieken) of met ‘ne-waza’ (grond technieken).

Er zijn twee posities, afhankelijk van de handicap van de deelnemer, in ‘ne-waza’ van waaruit de deelnemers kunnen aanvangen:

•       Vanuit geknielde positie;

•       Naast elkaar zittend, beiden met de handen in basis ‘kumi-kata’

        positie en de benen vooruit gestrekt.

4.        Indien een deelnemer vanwege zijn handicap in ‘ne-waza’ de wedstrijd moet aanvangen, dient de andere deelnemer zich aan te passen en vindt de wedstrijd plaats in ‘ne-waza’.

5.        Als een deelnemer hulp behoeft bij het zich begeven op de wedstrijdruimte, mag de begelei-der/coach hiervoor deze hulp bieden, eventueel met assistentie van de (hoek) scheidsrech-ter.

6.        In alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, maar waarbij de scheidsrechter van me-ning is dat de veiligheid van één of van beide deelnemers in het geding is, zal de scheids-rechter de wedstrijd onmiddellijk onderbreken en die maatregelen treffen die hij nodig acht. Hij heeft het recht hierbij bestraffend op te treden, daarbij de intentie van de handeling in acht nemende (zie straffen). Dit kan overigens ook het geval zijn bij evidente fouten in de poule indeling.

Artikel 2        Verloop van wedstrijd

1.        Voor de leeftijdscategorie onder '12-jarigen' is de wedstrijdduur 2 minuten. Vanaf 12 jaar is de wedstrijdduur minimaal 2 minuten en maximaal 3 minuten, te bepalen door de organise-rende instantie.

De leeftijdscategorie onder ’12-jarigen’ is van toepassing op deelnemers die op 31 december van het lopende kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt. Zij mogen niet worden ingedeeld in een leeftijdscategorie vanaf 12 jaar. Deelnemers vanaf 12 jaar mogen niet worden ingedeeld in een leeftijdscategorie onder 12 jaar

2.        Bij aanmelding van het toernooi geeft men aan of de deelnemer in ‘tachi-waza’ of ‘ne-waza’ de wedstrijd maakt

3.        Als de scheidsrechter het, om veiligheidsredenen, niet eens is om aan te vangen met ‘tachi-waza’, kan hij te allen tijde besluiten om de wedstrijd te beginnen met ‘ne-waza’, of het ‘tachi-waza’ over te laten gaan in ‘ne-waza’.

De betreffende deelnemers en hun begeleiders/coaches dienen zich te conformeren aan het besluit van de scheidsrechter.

4.        Een wedstrijd, welke in ‘ne-waza’ is begonnen , dient in uitsluitend ‘ne-waza’ te worden voortgezet.

5.        In wedstrijden die onder dit reglement vallen kennen geen “golden score” verlengingen.

Artikel 3        Scoren in ‘ne-waza’

1.        Het is te allen tijde mogelijk om met een werptechniek te scoren vanuit ‘ne-waza’ mits de wedstrijd bij aanvang begon met ‘ne-waza’, of indien in gevolge het bepaalde in artikel 2 lid 3 werd overgegaan in uitsluitend ‘ne-waza’.

2.        Als voorbeeld een aantal werptechnieken waarmee gescoord kan worden in ‘ne-waza’, zoals bedoeld in lid 1: ippon-seoi-nage, koshi-guruma o-soto-gari (over de knie werpen), yama-arashi makikomi, kaeshi waza (overnametechnieken)

Er zullen ongetwijfeld nog meerdere technieken zijn, die hierboven niet omschreven staan. Sommige werptechnieken zullen, uitgevoerd in ‘ne-waza’, niet volledig te vergelijken zijn met de staande uitvoering. De scheidsrechter dient deze technieken te herkennen en juist te be-oordelen.

3.        De volgende scores kunnen gemaakt worden met een keer/kanteltechniek als men bij aan-vang begint met ‘ne-waza’, of indien ingevolge het bepaalde in artikel 2 lid 3 werd overge-gaan in uitsluitend ‘ne-waza’:

•       Als een deelnemer er in slaagt onder controle en met kracht en snelheid de andere deel-nemer om te keren of te kantelen en deze komt grotendeels op de rug terecht, dan kon-digt de scheidsrechter ‘ippon’ aan.

•       De scheidsrechter kondigt ‘waza-ari’ aan indien de keer/kanteltechniek een van de vier voorwaarden voor ‘ippon’ mist.

•       Een ‘yuko’ wordt aangekondigd wanneer de deelnemer op zijn zij terecht komt en in het algemeen twee van de vier voorwaarden voor 'ippon' mist, zoals kracht en snelheid.

•       Komt de deelnemer gedeeltelijk op zijn zij of op zijn zitvlak of op een gedeelte van een schouder terecht, dan is de score een ‘koka’.

Artikel 4        Extra verboden handelingen

1.        Als de deelnemers bezig zijn met ‘ne-waza’ mag men de partner niet achterover duwen. Dit is een verboden handeling i.v.m. gevaren voor onderrug, knieën en enkels (voor deelnemers met spasme of fixatie van de benen bestaat extra blessuregevaar). De deelnemer die deze handeling begaat dient hierop gewezen te worden.

2.        Behoudens de verboden handelingen, zoals vermeld in het wedstrijdreglement van de IJF zijn eveneens niet toegestaan:

•       ‘sutemi-waza’ (offerworp technieken);

•       ‘ude-kansetsu-waza’ (armklem technieken);

•       ‘‘shime-waza’ (omstrengeling technieken = verwurgingen);

•       ‘sankaku-waza’ (driehoek technieken);

•       het in tachi-waza uitvoeren van een voorwaartse worp op één en op twee knieën;

•       met twee handen de benen van de andere deelnemer onderuit halen (de worp ‘morote-gari’/ ‘ryo-ashi-dori’); of daarop lijkende technieken (één been vast houdend een O-Uchi-Gari)

•       het na een goed uitgevoerde werptechniek op de andere deelnemer vallen.

 

3.        Om nekblessures, gerelateerd aan het onder andere bij judoka met Down syndroom relatief vaak voorkomende Atlanto Axial Instabiliteit, te voorkomen, ziet de scheidsrechter erop toe dat zowel bij ‘tachi-waza’ als bij ‘ne-waza’ de nek niet zodanig wordt omklemd dat blessure-gevaar ontstaat. Het is daarom zowel in tachi-waza of ne-waza ongewenst de tegenstander om het hoofd te pakken zonder daarbij een arm in te sluiten en of met de omsluitende arm de judogi vast te hebben. Ook een omklemming zoals aangegeven op de afbeelding moet wor-den voorkomen.

Artikel 5        Straffen

1.        Bij een verboden handeling geeft de scheidsrechter in het algemeen een waarschuwing en maakt hij de deelnemer duidelijk om welke verboden handeling het gaat. Bij herhaling van de verboden handeling kan de scheidsrechter de straf “shido” geven.

2.        Voor de extra verboden handelingen, zoals vermeld onder artikel 4, kan de straf ‘shido’ ge-geven worden.

3.        De scheidsrechter dient bij het geven van een straf het niveau, de handicap en de klaarblijke-lijke intentie van de deelnemer mee te nemen in zijn beslissing om al dan niet te straffen.

4.        Als een deelnemer geblesseerd raakt als gevolg van een verboden handeling van de andere deelnemer dan wordt de geblesseerde deelnemer als winnaar aangewezen.

 

Artikel 6        Blessure

Alle blessures mogen door degene die de medische begeleiding verzorgt of door de begelei-der/coach van de deelnemer op de wedstrijdruimte behandeld worden.

Artikel 7        Positie aan het begin van de wedstrijd bij visueel beperkte deelnemers

1.        De deelnemers worden door hun begeleider/coach naar de wedstrijdruimte gebracht, waar ze met de gezichten naar elkaar toe geplaatst worden in het midden van de wedstrijdruimte op een afstand van ongeveer 4 meter van elkaar waarna de begeleiders/coaches de mat verla-ten.

 

2.        Daarna geeft de hoofdscheidsrechter het commando ‘rei’ (buigen) en zullen de deelnemers een staande buiging maken. Na de buiging begeleidt de scheidsrechter de deelnemers naar het midden van de wedstrijdruimte.

 

3.        De scheidsrechter geeft het commando ‘kumi-kata’ (judopakking), waarna de deelnemers el-kaar in de basis ‘kumi-kata’ vastpakken. De wedstrijd begint meteen na aankondiging van ‘hajime’ (beginnen) door de hoofdscheidsrechter.

 

4.        Bij een wedstrijd met een deelnemer in de IBSA categorie B1 geld de bijzondere bepaling, dat  het de tegenstander van de B1 judoka niet is toegestaan de judogi van de B1 judoka aan een kant los te laten (gedurende langer dan 5”) zonder dat een aanval wordt ingezet.

 

Toelichting:

Omdat de term ‘kumi-kata’ gewoonlijk verwijst naar de positie van de judopakking, is de han-delwijze als volgt:

De deelnemers staan tegenover elkaar met de voeten naast elkaar, pakken elkaar vast in de basis ‘kumi-kata’ houding. Eventueel is de hoofdscheidsrechter behulpzaam bij het vastpak-ken in de basis ‘kumi-kata’. De hoofdscheidsrechter zal onmiddellijk daarna ‘hajime’ aankondigen.

Artikel 8        Tekens van de hoofdscheidsrechters

Om voor visueel beperkte deelnemers aan te geven wie een waardering of straf krijgt voegt de scheidsrechter na elke waardering of straf ‘aka’ (rood) of ‘shiro’ (wit) toe, bijvoorbeeld ‘yuko aka’ of ‘koka shiro’.

Artikel 9        Hulpmiddelen en kleding

Het algemene criteria hierbij is of de hulpmiddelen veilig zijn voor zowel de deelnemer als de partner en geen onevenredig voordeel opleveren voor de drager.

Harde extra ondersteuningen (protheses, brillen, hoorapparaten, enz) zijn niet toegestaan. Voor brillen worden met name in de laagste levels uitzonderingen gemaakt. Zachte ondersteuningen (Sokken T-shirts, Beschermers enz) worden wel toegestaan, mits deze zijn goedgekeurd door de scheidsrechter en voldoen aan de algemene veiligheidscriteria.

De scheidsrechters

hebben volgens de regle-menten een meer sturende en onderwijs-kundige taak dan alleen de regels tot op de letter na te volgen. Daarom moeten ze speciale vaardigheden leren en ont-wikkelen door jaarlijks te trainen en een cursus te volgen.

Op het moment hebben we een goed korps van G-scheidsrechters in Nederland, met A, B, of C en inter-nationale status en vanzelfs-prekend wordt dit aange-geven in het judopaspoort.

Zij beschikten al over scheidsrechtersvaardigheden en volgden gedurende een dag praktisch en theoretisch onderricht. Deze cursus word gegeven door de JBN.

Om er voor te zorgen dat ze hun werk goed blijven doen, wordt er ieder jaar een seminar georganiseerd voor deze scheidsrechters en om de twee jaar een cursus voor nieuwe scheidsrechters.

Het ontstaan van de regels in Nederland

Iedereen die wedstrijden organiseert voor mensen met een beperking begrijpt dat er  rekening gehouden moet worden met de deelnemers. 

De activiteit zal zodanig moeten worden aangepast dat deze aansluit op de belevingswereld van de judoka en aan zijn hulpvraag voldoet. Bij judo speelt daar-naast aangepaste regelmen-tering voor de veiligheid van de deelnemers een belang-rijke rol.

 

Toen wij in eind jaren 80tig starte met een competitie was aangepaste regelgeving nog een onontgonnen gebied 

Eigenlijk is competitie een veel te gevleide beschrijving van wat we deden.

 

We gingen meer op bezoek bij andere clubs, waarbij we meededen aan de training waardoor nieuwe ideeën ont-stonden

 

Na enige tijd ontstond het idee om een toernooitje te organiseren. met de clubs die  regelmatig met elkaar trainde

Judoclub Kihon uit Haarlem beet de spits af in 1987.

 

45 judoka's van Judoclub Kihon, De Schakel en Prisma

gingen de strijd aan met elkaar. Iedereen ging naar huis is kampioen met een eerste plaats.

 

Scheidsrechteren deden de coaches zelf en de indeling werd gezamenlijk op de dag afgesproken in onderling overleg met alle coaches.

 

Regelgeving en indeling ontstonden dus vanzelf op een natuurlijke manier, nadat er een organisatie zich hard maakte om jaarlijks een internationale toernooi te organiseren met onze exper-tise ontwikkelde de com-petitie zich tot grote hoogte

 

Hierdoor ontstond de be-hoefte  om scheidsrechters in te zetten en regelgeving vast te leggen.

Dhr. Jaap Philipoom werd gevraagd het een en ander op papier te zetten.

Later op werden de regels  door Dhr. Buchel herschreven en aangenomen dor de JBN scheidsrechters commissie, Toch zou het nog tot 1996 duren tot het bestuur toe-stemming  gaf de regels op te nemen in het bonds-vademecum. 

 

Het besluit van het JBN bestuur maakte de regels officieel in Nederland.

 

Ondertussen zijn de wed-strijdbepalingen als richtlijn voor toernooi organisaties af en is er toernooi handleiding.

 

Het Nederlandse reglement voor mensen met een beperking is door veel organisaties overgenomen en gebruikt.

In Europa zijn de regels praktisch uniform aan de Nederlandse regelgeving.

 

Toch blijft het noodzakelijk om de regels verder te ontwikkelen op Europees niveau.

 

Het vaststellen van de officiële EJU regels lijkt mij een taak voor de scheids-rechters.

 

De EJU heeft een scheids-rechterc-commissie met  leden die gespecialiseerd zijn op het gebied van de Special Needs Judo.

 

Het JBN voorstel zal dan ook zijn om deze Commissie te vragen of ze  een herziening van alle regels en het definitieve Special Needs reglement voor de EJU samen  kunnen stellen.

 

Amsterdam Juni 2008

Ben van der Eng

Top

Made with Namu6